Topiary, ofwel 'planten snoeien' en leiden in niet natuurlijke vormen en modellen' beter bekent als vormsnoei was al bij de romeinen een algemene toepassing om de tuinen te verfraaien. Ze noemde het ‘Opus Topiari’ en de tuinman die dit werk deed was ‘Topiarius’ Er gaan zelfs verhalen dat Alexander de Grote zijn ogen uit keek toen hij met zijn troepen de perfect gesnoeide tuinen van Perzië aantrof, zo'n ruime 300 jaar v Christus.

Aan de traditie om de tuinen met snoeivormen te verfraaien kwam een eind, tot eind 16e eeuw, in Italie men de schaar weer oppakte. Ook in de 17e eeuw, in Frankrijk, waar men de bloemperken met renaissanceornamenten verfraaide met keurig gesnoeide Buxushaagjes en levendige gesnoeide groene beeldhouwwerken. De adelen lieten hun landgoed met de mooiste patronen van gesnoeide buxushagen verfraaien. Deze kunst waaide over naar alle hoven in Europa. Tot na de eerste wereldoorlog de vormsnoeikunst verloren ging. Tijdens de tweede wereldoorlog werden de percelen met aardappelen en tabak volgezet. Gesnoeide bomen en struiken kon men immers niet eten! Tot eind 20e eeuw de vormsnoei weer tot leven kwam. Tegenwoordig verfraaien in vorm gesnoeide Buxus, Taxus, Ilex, Chamaecyparis, etc. weer de hoven en tuinen.
|